Een kansrijke start voor alle kinderen: een populatie-perspectief. Ongelijkheid in geboorte-uitkomsten in Nederland op basis van landelijke registratiedata

Auteur(s)

DOI:

https://doi.org/10.61431/jmnvqg73

Trefwoorden:

kansrijke start, geboorte-uitkomsten, volksgezondheid, opleidingsniveau, gezondheidsverschillen

Samenvatting

Inleiding

Effectief Kansrijke Start-beleid vereist inzicht in de verdeling van ongunstige geboorte-uitkomsten binnen de bevolking. Deze studie beschrijft ongelijkheid in ongunstige geboorte-uitkomsten naar opleidingsachtergrond van de moeder.

Methode

Landelijke registratiedata (Perined, Centraal Bureau van de Statistiek) van alle eenlinggeboorten in Nederland (2016–2019; n=639.007) werden gekoppeld. Ongunstige uitkomsten (doodgeboorte, neonatale sterfte, vroeggeboorte, te klein voor zwangerschapsduur, Apgar-score op 5 minuten <7, opname op neonatale intensive care, ernstige aangeboren afwijkingen) werden geanalyseerd voor vijf opleidingscategorieën.

Resultaten

Eén op de zes geboorten had een ongunstige uitkomst. Risico’s namen trapsgewijs toe in relatie tot genoten opleiding, van 13,5% (master) tot 21,1% (basisonderwijs). Het absolute aantal ongunstige geboorte-uitkomsten was het hoogst in de omvangrijke middengroep met een gematigd risico. Jaarlijks zouden 3703 (95%BI: 3357-4049) ongunstige uitkomsten (14,7% [95%BI: 13,3-16,0]) vermeden worden bij een populatie-breed risico gelijk aan dat van aan de hoogstopgeleiden. Neonatale sterfte was 2,25 keer (95%BI: 1,71-2,79) en doodgeboorten 2,94 keer (95%BI: 2,33-3,55) zo hoog in de laagste versus hoogste opleidingsgroep. Sterfte zou met circa een derde afnemen als de gehele bevolking de sterftecijfers had van de hoogstopgeleiden (populatie attributieve fractie [PAF]doodgeboorte=35,0% [24,4-45,6%]; PAFneonatale sterfte=27,1% [14,4-39,7%]). Ongelijkheden waren kleiner voor de overige uitkomsten (RR-bereik=1,32-1,77; PAF-bereik=13,8-17,7%).

Beschouwing

Ongelijkheid in geboorte-uitkomsten raakt de hele Nederlandse samenleving. Ondersteuning voor de groepen met het hoogste risico is belangrijk, maar niet genoeg. De grootste gezondheidswinst op populatieniveau is te behalen door het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen álle opleidingsgroepen. Dit vraagt om verbreding van het Kansrijke Start programma, door inbedding van populatie-brede primaire preventie.

Biografie auteur

  • Tanja A.J. Houweling, Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, Nederland

    https://employees.publichealthrotterdam.com/profile/tanja-a-j-houweling/            

    https://projecten.zonmw.nl/nl/project/betekenisvol-datagebruik-voor-een-kansrijke-start

TJGZ 43-26-000012

Downloads

Gepubliceerd

2026-06-22

Nummer

Sectie

Artikelen

Citeerhulp

Houweling, T. A., van Klaveren, D. ., van Dijk, R. M. ., Been, J. V., Broeders, L. ., Rosman, A. N. ., Kraaij, W. ., & Schreuder, A. . (2026). Een kansrijke start voor alle kinderen: een populatie-perspectief. Ongelijkheid in geboorte-uitkomsten in Nederland op basis van landelijke registratiedata. JGZ Tijdschrift Voor Jeugdgezondheidszorg, 01. https://doi.org/10.61431/jmnvqg73

Funding data