a happy child looking up, two kids splashing water, a girl listening to hear headphones on a field of grass

Over dit tijdschrift

TJGZ is een Nederlandstalig, open access, wetenschappelijk tijdschrift op het terrein van de jeugdgezondheidszorg. TJGZ biedt de mogelijkheid aan jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, kinderartsen, onderzoekers, epidemiologen, sociaal geneeskundigen en al diegenen die in de zorg rond jeugd werken, over interessante onderwerpen te rapporteren. Het tijdschrift helpt professionals die werkzaam zijn in dit domein op de hoogte te blijven van belangrijke praktijkervaringen, onderzoeksresultaten en aanverwante onderwerpen die relevant zijn voor de preventieve zorg voor kinderen en jeugdigen van 0-23 jaar.

Sinds november 2024 wordt TJGZ ondersteund door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.

Huidig nummer

2026
Gepubliceerd: 2026-02-10

Artikelen

  • Wanneer eten, op jonge leeftijd, een zoektocht is

    Agnes Kapsenberg, Madelon Meijer-Hoogeveen, Berbe Paes

    Samenvatting

    Inleiding

    De eetstoornis ARFID, Avoidant Restrictive Food Intake Disorder, komt regelmatig voor. ARFID wordt bij jonge kinderen niet altijd herkend, waardoor passende zorg ontbreekt. Dit onderzoek richt zich op hoe ouders van jonge kinderen met ARFID de begeleiding vanuit de jeugdgezondheidszorg en eerstelijnszorg ervaren en hoe deze beter kan aansluiten bij hun behoeften.

    Methode

    Er zijn semigestructureerde interviews gehouden met ouders van kinderen met ARFID, geboren na 2013. Datasaturatie werd bereikt na tien interviews, waarna inductieve thematische analyse plaatsvond.

    Resultaten

    Ouders beschrijven een jarenlange zoektocht. Dit heeft volgens ouders geleid tot vertraagde diagnose en opstarten van passende hulpverlening, waarbij klachten en impact op hun kind en gezin toenamen. Ze noemen gebrek aan kennis over ARFID en onvoldoende doorvragen bij eetproblemen door (jeugdgezondheidszorg)professionals als belangrijke obstakels. Ouders denken dat eerdere herkenning en aanpak de ernst had kunnen beperken.

    Beschouwing

    Vergroten van kennis over ARFID, gerichter doorvragen bij eetproblemen en het opnemen van ARFID in jeugdgezondheidzorgrichtlijn kunnen bijdragen aan sneller herkennen van deze eetstoornis binnen de jeugdgezondheidzorg. Om de zorg beter te laten aansluiten bij de behoeften van kind en ouders is vervolgonderzoek naar vroegsignalering, signaleringsinstrument en passende zorg nodig. Daarnaast is ontwikkeling van een zorgnetwerk met aandacht voor vroeginterventie wenselijk. 

  • Verklaringen en aanbevelingen voor de dalende vaccinatiegraad onder kinderen tot twee jaar: impact van de coronapandemie

    Claudia Vrijhof, Lisanne Vonk, Katharina Preuhs, Hilde van Keulen

    Inleiding: 
    Steeds minder ouders in Nederland laten hun kinderen tot twee jaar (volledig)  vaccineren. Het vertrouwen in vaccinaties na 2020 in Nederland is niet hersteld, zoals elders in Europa. Dit onderzoek verkent de achterliggende factoren van de dalende vaccinatiegraad en de eventuele rol van de coronapandemie hierbij.

    Methode: 
    Online zijn semigestructureerde (groeps) intervies uitgevoerd, bij zeventien jeugdgezondheidszorgprofessionals en twintig ouders van kinderen tot twee jaar. Deze ouders twijfelden over het vaccineren van hun kind of kozen voor niet of gedeeltelijk vaccineren. De data zijn thematisch geanalyseerd. 

    Resultaten: 
    Door de coronapandemie werden ouders kritischer en ervaarden zij meer wantrouwen en weerstand ten aanzien van kindvaccinaties. Mogelijke oorzaken hiervan waren de snelheid van de ontwikkeling van de coronavaccins, de onvolledige bescherming die coronavaccins boden, het vaak milde ziekteverloop van covid en beperking van keuzevrijheid. Andere mogelijke verklaringen voor de dalende vaccinatiegraad zijn angst voor bijwerkingen, onbekendheid met ziekten waartegen gevaccineerd wordt en veranderingen in het Rijksvaccinatieprogramma. 

    Beschouwing: 
    De coronapandemie lijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de dalende vaccinatiegraad onder kinderen tot twee jaar. Het onderzoek biedt concrete aangrijpingspunten ter verbetering van de vaccinatiegraad wat betreft communicatie richting ouders, ondersteuning van professionals en organisatorische aspecten.  

  • De relatie tussen taal, gedrag en ouderlijke stress bij jonge kinderen met een vermoeden van een taalontwikkelingsstoornis

    Bernadette Vermeij, Karin Wiefferink , Harry Knoors , Ron Scholte

    Verschillende onderzoeken tonen aan dat taalproblemen, gedragsproblemen en ouderlijke stress samen kunnen voorkomen bij kinderen. Er is echter weinig bekend over de relatie tussen deze domeinen bij peuters met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Deze studie onderzocht de relaties tussen taalvaardigheid, gedrag en ouderlijke stress bij peuters met een vermoeden van TOS en of deze relaties verschillen bij kinderen met verschillende typen taalproblemen.

    De gegevens van 185 kinderen met een vermoeden van TOS (gemiddelde leeftijd 38 maanden) werden verzameld middels Routine Outcome Monitoring. Kinderen werden onderverdeeld in twee groepen: Kinderen met receptieve en expressieve problemen (REP) en kinderen met enkel expressieve problemen (EP). De relaties werden geanalyseerd met behulp van een Structural Equation Modelling analyse.

    De resultaten lieten zien dat een betere receptieve taal samenhing met minder internaliserende en externaliserende gedragsproblemen, zoals gerapporteerd door pedagogisch behandelaars. Er werd geen relatie gevonden tussen taalvaardigheid en ouderlijke stress. Er zijn ook geen verschillen gevonden in de relatie tussen taalvaardigheid, gedrag en ouderlijke stress tussen kinderen met REP en kinderen met EP. 

    Ons onderzoek toont aan dat wanneer men kijkt naar specifieke taaldomeinen, het patroon van associaties tussen taal en gedrag complexer wordt, omdat er relaties bestaan tussen sommige specifieke taaldomeinen en gedrag, maar niet tussen al deze domeinen.

Bekijk alle nummers